Uitspraak RvS over megabioscoop onder de loep

In Analyse door HB8 Reacties

Zoveel partijen, zoveel argumenten, zoveel ‘falende betogen’. Wat betekent nu de paginalange uitspraak van de Raad van State in het beroep tegen de megabioscoop, gisteren uitgesproken? BU-lezer en jurist ThaFizzy heeft er zijn tanden in gezet. We lopen wat projecten langs (Westplein, Paardenveld, Jaarbeursplein), we kijken naar de belangen (leegstand, geluid, verkeers- en parkeerdruk, lucht) en wat de draagwijdte is van de Crisis- en Herstelwet en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.

Door ThaFizzy

De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (de Afdeling) van gisteren over de megabioscoop bij de Jaarbeurs is bijna een boekwerk op zichzelf. En heel veel standaardbegrippen voor bestuursrecht-mensen kwamen voorbij. Maar voor de leek is het haast niet te doen. Dus bij deze mijn poging om de uitspraak wat leesbaarder te maken. Dus, laten we maar snel beginnen.

Waar ging het hier over?

De gemeente wil, samen met Wolff / Kinepolis, graag een megabioscoop gerealiseerd zien. De plek waar dit moet gebeuren, kop Jaarbeursterrein, is aangewezen als een van de projectgebieden waar de Crisis- en Herstelwet van toepassing is. Om de bouw mogelijk te maken heeft de gemeente gebruikt gemaakt van een zogeheten ‘gecoördineerde regeling’. Dat betekent dat het benodigde bestemmingsplan en de benodigde omgevingsvergunning tegelijkertijd bekend worden gemaakt. Gevolg van die Crisis- en Herstelwet en gecoördineerde regeling is dat er alleen nog maar beroep mogelijk is bij de hoogste bestuursrechter. Er is dus niet eerst bezwaar bij de gemeente, we komen meteen waar we nu zijn.

Wie zijn de partijen?

Aan de ene kant hebben we de gemeente Utrecht. En aan de andere kant hebben we uh… …heel veel verschillende partijen met heel erg verschillende insteken om in beroep te gaan.

Om te beginnen een ‘bekende klant’: de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU). Deze klaagt, zoals ze eigenlijk altijd doet, dat er meer autoverkeer komt dan de gemeente prognosticeert en dat er dus meer luchtverontreiniging plaats gaat vinden dan dat zou mogen volgens de huidige wet- en regelgeving.

Dan is er Taxon. Om het eenvoudig te houden: Taxon = Cinemec. Cinemec lijkt dan wel een zelfstandige onderneming, maar het is gewoon een 100% dochter van Pathé bioscopen. En, ow ja, die bouwt zelf ook een grote bioscoop ergens in Utrecht.

Er is ook een andere bekende partij uit de rechtszaken rondom de Bouwput Utrecht: Hoog Catharijne / Corio. Ze voeren een formeel gebrek aan (motiveringsgebrek) en zijn bang dat de parkeercapaciteit van de megabioscoop niet voldoende is. Of liever gezegd: dat er parkeerproblemen bij Hoog Catharijne ontstaan.

Vervolgens hebben we een burger, die op persoonlijke titel bezwaar maakt met een combinatie van argumenten die ook aangevoerd worden door de drie partijen die hiervoor zijn genoemd.

Tot slot is er het Comité van Zijstweg en burger die (nagenoeg) hetzelfde beroep heeft ingesteld als het comité. Dat comité is een verzameling van burgers dat onder de naam Comité van Zijstweg handelt. Alleen daar is meteen het eerste probleempje in deze rechtszaak. In het bestuursrecht heb je een aantal dingen nodig als je bij de rechter wil zijn: 1. Een besluit 2. Je moet belanghebbende zijn. En het gaat bij dit comité mis bij het criterium ‘belanghebbende’. Je kunt belanghebbende zijn als natuurlijk persoon of als rechtspersoon. Juridisch is een natuurlijk persoon iedereen die een paspoort kan krijgen. Een rechtspersoon is bijvoorbeeld een B.V., VOF, stichting of vereniging. Het Comité van Zijstweg is overduidelijk geen natuurlijk persoon. Maar ze is ook geen rechtspersoon, zelfs niet een vereniging in oprichting. Kortom: het Comité van Zijstweg is ‘niks’, althans, geen belanghebbende. En dus was de hoogste bestuursrechter daar snel klaar mee. Het Comité is geen belanghebbende, dus het Comité is niet-ontvankelijk, dus dat beroep is daarmee afgehandeld.

We hebben dus vijf (!!!) partijen in dit beroep. Ik zal de uitspraak van de Afdeling per ‘soort’ van argumenten bespreken. Er zit namelijk wat overlap in de insteek van de verschillende partijen.

Eindconclusie

Laten we voor de verandering maar eens beginnen met het einde: alle inhoudelijk bezwaren worden door de hoogste bestuursrechter van tafel geveegd. En er mag dus gebouwd gaan worden.

Een heel klein beetje gelijk, waar je niks aan hebt

Hoog Catharijne/Corio krijgt nog wel gelijk op een vormfout door de gemeente. Hoog Catharijne/Corio had een zienswijze ingediend tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. De gemeente heeft alleen gereageerd in het kader van het bestemmingsplan en heeft niet gereageerd in het kader van de omgevingsvergunning. De gemeente heeft dus niet gemotiveerd zoals dat dan heet in het bestuursrecht, terwijl ze dat wel had moeten doen (3:46 Awb).

Daarom moet het besluit worden vernietigd. Maar omdat de gemeente dan waarschijnlijk opnieuw hetzelfde vaststelt, maar dan wel met een motivering, begint het hele circus (ter inzage leggen, zienswijzes, beroep) weer van voor af aan. En zo kan dat nog wel een tijdje doorgaan. Kortom: we komen weer terecht bij de leer van de definitieve geschilbeslechting (8:41a Awb), zoals we de vorige keer ook al zagen bij uitspraak van de zaak rondom de Bijenkorf. Als je daar kijkt onder het kopje ‘de theorie’ kun je de volledige uitleg vinden hoe dat werkt.

De knoop doorhakken was dit keer vrij eenvoudig voor de Afdeling. De gemeente had namelijk wel gereageerd, alleen niet specifiek genoemd dat de reactie ook gold voor de omgevingsvergunning. En dus is er eigenlijk wel een motivering en was dit gewoon een technisch foutje van de gemeente. Die motivering is uitgebreid en voldoende specifiek. Kortom: eigenlijk is Hoog Catharijne/Corio helemaal niet benadeeld. Maar, feit blijft dat de gemeente een fout heeft gemaakt.

Dus wordt het besluit – omdat het bezwaar gegrond, er was namelijk geen motivering – vernietigd, maar worden de rechtsgevolgen (in lijn met de leer van de definitieve geschilbeslechting) in stand gehouden.

En dan nu de bespreking per ‘soort’ argument. Schiet al lekker op he? Maar ja, nu de inhoudelijke beoordelingen. Dat gaat wat meer tijd kosten.

Help! Mijn toko komt leeg te staan door het plan!

Bij de bestuursrechter is het lastig zaken doen. De bestuursrechter moet over het algemeen ‘marginaal toetsen’, uitzonderingen nagelaten (komen we straks nog tegen). De bestuursrechter kijkt dus of het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen in redelijkheid tot de genomen conclusie mocht komen.

Nederland is, voor Europese begrippen, een zeer dichtbevolkt land. We leven met heel veel mensen op een relatief kleine oppervlakte. We moeten dan ook goed omgaan met die ruimte. Daarom is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) een set regels opgesteld om er voor te zorgen dat we bijvoorbeeld niet nog meer nieuwe bedrijventerreinen aanleggen terwijl op bestaande bedrijventerreinen grote hoeveelheden gebouwen leeg staan. De Afdeling vat dat als volgt samen: [het strekt] tot de bevordering van zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder het voorkomen van onnodig ruimtebeslag, en het voorkomen van onaanvaardbare leegstand. Vooral dat laatste is voor de bestuursrechter erg belangrijk.

Cinemec, bouwer van een bioscoop in het Leidsche Rijn Centrum, is bang dat haar bioscoop straks veel minder bezoekers trekt als de megabioscoop bij de Jaarbeurs (maar misschien nog wel belangrijker: vlak bij een van de drukste treinstations van Nederland) opengaat. Minder bezoekers, dus minder opbrengsten van ‘blockbusters’, dus geen geld over om ook nog minder winstgevende films te vertonen, dus nog minder bezoekers, enzovoorts. Als je de uitspraak goed leest bij overweging 9.8 en 9.9 dan kun je zien dat Cinemec zich echt zorgen maakt. Want op deze manier zou het wel eens kunnen gebeuren dat ze haar bedrijfsactiviteiten moet staken. En dan heeft ze straks een bioscoop gebouwd, een bijzonder gebouw, dat leeg komt te staan. Dat is toch niet aanvaardbaar?!

Toch wel, zegt de hoogste bestuursrechter. De Afdeling: […] een verminderde vraag naar producten of diensten en daardoor tot daling van omzet en inkomsten van de eigen onderneming […] kan leiden tot beëindiging van de eigen bedrijfsactiviteiten ter plaatse en daardoor leegstand [maar] is op zichzelf […] onvoldoende om te concluderen dat er zich [onaanvaardbare] leegstand zal voordoen. Dat kan anders zijn bij bijzondere omstandigheden. De Afdeling noemt twee mogelijke bijzondere omstandigheden. De eerste bijzondere omstandigheid is als jouw gebouw (bijvoorbeeld door te verbouwen) niet anders gebruikt kan worden waarvoor het oorspronkelijk is gebouwd. Zo zou van een bioscoop bijvoorbeeld een congrescentrum gemaakt kunnen worden (en dan is het dus geen onaanvaardbare leegstand). Maar een betoncentrale kan eigenlijk alleen nog maar een betoncentrale worden (en dan is er dus wel sprake van onaanvaardbare leegstand). De tweede bijzondere omstandigheid is als er leegstand zou ontstaan als gevolg van de voorziene ontwikkeling in de omgeving van het bij de concurrent in gebruik zijnde bedrijfspand.
Voor de duidelijkheid: ‘de concurrent’ is dus hier degene die klaagt tegen de nieuwbouwplannen. Dus niet degene die wil gaan bouwen.

De Afdeling erkent dat er mogelijk sprake zal zijn van omzetdaling, maar ziet verder geen bijzondere omstandigheden. De gemeente mocht dus in redelijkheid tot de conclusie komen dat er geen onaanvaardbare leegstand zou ontstaan. En dus verklaart de Afdeling het beroep van Cinemec ongegrond.

Het verkeersmodel

De gemeente heeft in haar onderbouwing gebruik gemaakt van het verkeersmodel VRU 3.1u. De SSLU, de burger op persoonlijke titel en de burger die wel heel erg veel lijkt op Comité van Zijstweg hebben allemaal op- en aanmerkingen hierover gemaakt. Kort samengevat zeggen ze allemaal dat de berekende aantallen bezoekers, verkeersstromen, enzovoorts, verkeerd zijn gemaakt.

De Afdeling heeft bij een onafhankelijke deskundige advies gevraagd (in de uitspraak: deskundigenbericht) om het verkeersmodel te beoordelen. En ook hier weer de vraag (marginale toetsing): mocht de gemeente zich baseren op het verkeersmodel? En het antwoord is: ja, dat mocht de gemeente doen omdat het voldoende actueel is.

Met betrekking tot de bezoekersaantallen is er toch wel een probleem. Uit het deskundigenbericht blijkt namelijk dat de gemeente is uitgegaan van een te laag aantal verkeersbewegingen. De gemeente ging uit van 2.206 bewegingen terwijl uit het deskundigenbericht blijkt dat er uitgegaan moet worden van 3.870 bewegingen.

Dat is ruim 1.500 bewegingen meer. Dat is nogal een ´foutje´. In het bestuursrecht levert dat normaalgesproken een ´zorgvuldigheidsgebrek´ op. Dat is een formele fout, geen inhoudelijke fout. Formele fouten kunnen door de bestuursrechter worden gepasseerd als het aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld (art. 6:22 Awb). En dat is dan ook wat de Afdeling vind.

De intensiteit van de verkeersbewegingen zal op sporadische piekmomenten voor een vertraging van maximaal 20 seconden zorgen. Dat zal zich ongeveer 70 keer per jaar voortdoen. Dit is, volgens de Afdeling, acceptabele overlast die je als buurtbewoner voor lief moet nemen. En als je vind dat je woongenot daardoor teveel wordt aangetast dan kun je altijd nog verhuizen naar Pieterburen (al staat deze laatste zin niet in de uitspraak van de Afdeling).

Zo… we zijn ondertussen over de helft van de uitspraak… hou vol…

Te weinig parkeerplaatsen

Er komen natuurlijk flink wat mensen op die megabioscoop af, het heet niet voor niets ‘mega’, en dus zijn er ook ‘mega’-veel auto’s die geparkeerd moeten worden. En er is onvoldoende parkeerruimte opgenomen voor al deze auto’s in de plannen. Althans, dat vinden Hoog Catharijne/Corio en de twee burgers. Aanvullend vinden Hoog Catharijne/Corio ook nog eens dat hun winkelcentrum daardoor onvoldoende bereikbaar wordt.

Bij parkeernormen moet altijd gekeken worden naar het drukste moment in de week voor de activiteit waarvoor de parkeercapaciteit nodig is. Dat is in dit geval de zaterdagavond. Er zijn dan, volgens de normen, 980 parkeerplaatsen nodig. De parkeerplaats van de bioscoop zelf biedt plek aan 495 auto’s. En in de directe omgeving zullen er op dat moment van de week ruimschoots meer dan 500 parkeerplekken aanwezig zijn, met name de parkeergelegenheid bij de Jaarbeurs. Met andere woorden: op piekmomenten is het geen probleem.

Op een normaal moment zijn er volgens de normen 414 parkeerplaatsen nodig. En dan zijn 495 parkeerplaatsen van de bioscoop zelf ruimschoots voldoende.

Kortom: de gemeente mocht in redelijkheid tot de afweging komen dat het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid voor de megabioscoop. Maar… er gaan wel parkeerplaatsen bij de Jaarbeurs verloren. Hoe zit dat dan? Wanneer 70% van de parkeercapaciteit van de Jaarbeurs is gebruikt wordt op de snelweg bezoekers via matrixborden al gevraagd te parkeren in een van de P&R voorzieningen, zoals Westraven. Daar zijn voldoende parkeer- en transfervoorzieningen aanwezig.

En dus oordeelt de Afdeling: alle beroepen op dit punt falen.

We zijn er bijna… nog twee soorten argumenten.

De luchtkwaliteit

De SSLU (hoe kan het ook anders) en de twee burgers stellen zich, kort samengevat, op het standpunt dat de gemeente niet zo had mogen beslissen als gedaan, in verband met de luchtkwaliteit.

Hier zien we, voor de verandering, een keer een exceptieve toetsing door de Afdeling. De Afdeling bekijkt of de wet die iets moet regelen, dat ook echt wel doet. De vraag daarbij is of het NSL, ook niet met een verdere bijstelling van het programma, de gestelde grenswaardes voor luchtkwaliteit haalt. Met andere woorden of de uitstoot minder wordt.

Het NSL staat voor Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Het is een programma dat als doel heeft de overmatige uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht terug te dringen tot vastgestelde Europese normen. Dat programma is er omdat Nederland op dit moment niet voldoet aan die Europese normen. Echter, met het programma in de hand heeft Nederland nog wat uitstel gekregen.

De SSLU heeft 5 argumenten aangevoerd waarom de berekeningen niet zouden kloppen. Het eerste argument gaat over de Westpleintunnel. Maar die ligt er voorlopig nog niet, dus dat argument vervalt. Het tweede argument gaat over de verplaatsing van de touringcarterminal. Maar die was al meegenomen in het verkeersmodel VRU 3.1u, dus ook dat argument vervalt. Het derde argument is dat de gemeente Utrecht haar eigen wagenpark minder heeft verschoond dan ze gezegd heeft. Maar, dat roept de SSLU alleen maar. Ze hebben er geen bewijs voor, en dus vervalt ook dat argument. Het vierde argument zegt dat het aangescherpt parkeerbeleid onvoldoende effect heeft. Maar ook hier roept de SSLU alleen maar, ze komen niet met bewijzen. En dus vervalt ook het vierde argument. Het vijfde argument van de SSLU is dat er meer transferia aangelegd moeten worden. Maar omdat dat niet over de NSL of dit project specifiek gaat, vervalt ook dat argument.

Kortom: alle argumenten van de SSLU zijn weer eens van tafel geveegd.

Het hele plan mag dus worden opgenomen in het NSL en de bijbehorende monitoringstool. En dus falen de betogen dat het plan in strijd is met de wetgeving rondom luchtkwaliteit.

Geluidsoverlast

Rondrijdende auto’s op zoek naar een parkeerplek, dat maakt natuurlijk lawaai. En daar zit de burger die op persoonlijke titel bezwaar maakte niet te wachten. Of de hoogste bestuursrechter daar nog wat aan kon doen?

Euh, nee. De woning van deze burger heeft een vastgestelde grenswaarde qua geluid op de gevel. Die is vastgesteld op 65 dB(A) (buiten) en 35 dB(A) (binnen). Uit aanvullend akoestisch onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting bij de woning niet boven deze grenswaardes komt, op incidenten na.

En net zoals bij de parkeeroverlast, moet je deze overlast dulden.

Conclusies naar de toekomst toe

Daarmee zijn alle inhoudelijke argumenten van tafel geveegd en is de hele uitspraak van de Afdeling besproken. Maar wat kunnen we nu leren met deze uitspraak, die rondom de Bijenkorf en de trappen van de Rabobrug, tegenwoordig Moreelsebrug?

We zien regelmatig de SSLU opduiken in de procedures. En ik vraag mij hardop af hoelang deze club nog echt als belanghebbende gezien gaat worden. Het heeft ondertussen wel verdacht veel weg van een procedeerclubje. Volgens de steeds harder wordende eisen van de Afdeling moet men echt meer doen dan procederen alleen. In 2008 hield gaf men voorlichtingsbijeenkomsten, was zelf bezig met luchtkwaliteitsmetingen, maakte pamfletten en deelde deze uit. Voor zover terug te vinden op de eigen website van SSLU, betreft het gros van haar acties juridische handelingen. Met juridische handelingen bedoel ik: het instellen van bezwaar, beroep of het doen van een WOB-verzoek, enzovoorts. In 2015 is slechts één voorlichtingsavond geweest. Is dat niet een beetje weinig? Ik kan me voorstellen dat er dus een moment komt dat een bestuursrechter er wel klaar mee is. Ik zie ook steeds de argumenten van SSLU met relatief gemak van tafel te worden geveegd. Men gebruikt verouderde verkeersmodellen, men roept een hoop maar bewijst niets (Bijenkorf, hier weer). Tja, ik weet dat het lastig is om succesvol bezwaar te maken / te zijn in beroep, maar het is wel heel vaak van hetzelfde wat ik qua argumenten hoor. En de beantwoording van de rechters begint er ook steeds meer clichématig uit te zien.

Wat betreft de luchtkwaliteit hebben we nu zo’n beetje alle argumenten wel voorbij zien komen denk ik. Het NSL blijkt overeind te blijven, ondanks alle poging van de SSLU. Aangezien de rest van projecten van CU2030 / Bouwput Utrecht allemaal binnen het aangewezen gebied van de Crisis- en Herstelwet vallen, en dus het NSL, denk ik dat het verhaal met de luchtkwaliteit nu echt wel klaar is. Hoe fundamenteel je het ook oneens kunt zijn met de houding van de gemeente.

Ook het parkeerbeleid, met name de Nota Stallen en Parkeren, lijkt stand te houden.

De eerstvolgende ‘hobbels’ zijn bijvoorbeeld het bestemmingsplan ‘De Kade’. Het ontwerp daarvan vind ik (als niet Utrechter en niet bewoner van de wijk aldaar) eigenlijk best wel ‘groen’. Ik vraag me af in hoeverre je nu echt ‘bezwaar’ kunt hebben tegen deze ontwikkelingen.

Een echte hobbel (juridisch) wordt de definitieve inrichting van het Westplein. Dat is behoorlijk van invloed op de totale verkeerscirculatie in en rondom Utrecht. Dat zou ook wel eens effecten kunnen hebben die buiten het gebied van de Crisis- en Herstelwet valt. En dan is het NSL niet zondermeer toepasbaar.

Gelukkig is de watervergunning (eerste gedeelte) erdoor. Dat is een absoluut technische vergunning. Maar met de wetenschap dat het eerste gedeelte erdoor is, zal de rest er (zodra het nodig is) ook wel komen. Overigens: het waterschap moet die vergunning verlenen als er voldaan wordt aan bepaalde specifiek omschreven eisen. De weigeringsgronden zijn limitatief – en niet gevonden. Met weer zichtbaar water begint langzaam aan het einde nu ook in zicht te komen. Ook andere grote projecten gaan steeds meer richting het einde, zoals de OV-terminal (Stationshal).

De tendens van de laatste tijd, dat het allemaal wel erg lang duurt en het wel heel lang een zandbak is, begint volgens mij te breken. Zeker nu de eerste resultaten zichtbaar zijn en er langzaam aan steeds meer voltooid gaat worden. Daarmee neemt volgens mij ook de behoefte en bereidheid om in protest te gaan tegen de plannen van de gemeente af.

 

Reacties

  1. Imar de Vries

    Heel veel dank hiervoor, geeft een goed inzicht van wat er nu precies heeft gespeeld!

  2. Marco Knol

    Goed stuk, al heb ik zo m’n twijfels over de conclusie ten aanzien van De Kade. Jos Stelling/Kinepolis kan natuurlijk aanvoeren dat de City Bioscoop een monument is en dus niet zomaar te verbouwen tot iets anders. Dat levert een nogal andere positie op dan Cinemec ten opzichte van deze mega-bioscoop. Daarnaast drijft het project De Kade op de deelname van semi-overheids instanties en hun kantoorhuur/gebruik op die lokatie. Wat de RvS daarvan vindt hebben we gezien in hun uitspraak over de Bieb++. Dus nee, die strijd is nog lang niet gestreden.

    Wat mij overigens verbaasde, maar ik begreep uit de uitspraak zelf dat je niet later alsnog argumenten kunt inbrengen (en ik kan het gemist hebben), is dat SSLU niet verder gaat op die 1500 verkeersbewegingen extra. De RvS roept dat de wegen dat aankunnen, en dat zal wel, maar aan de extra uitstoot c.q. luchtverontreiniging die dat teweegbrengt lijkt erg makkelijk voorbijgegaan te worden.

    In ieder geval zou mijns inziens ook geconcludeerd moeten worden dat de verkeersberekeningen van de gemeente nergens op lijken. En dat, gecombineerd met het feit dat men tot een paar jaar geleden ook consequent volhield dat het “luchtverontreinigingsmodel” werkte en vervolgens uit metingen bleek dat dat niet het geval was, is wat mij betreft reden genoeg om de gemeente op dit punt consequent te wantrouwen.

    1. ThaFizzy

      Hoi Marco,

      Ad. 1
      Bij de onderbouwing van het BP De Kade zit ook een heel verhaal over hoe men verwacht dat de bezoekers aantallen in Utrecht voor ‘art house movies’ zullen gaan stijgen. Men spreekt niet over een expliciete regionale behoefte (dat vormde o.a. een probleem bij de Bieb++). De meest primaire functie van het gebouw zal ONDERWIJS worden (4.400 m2 t.o.v. 3.100 m2 bioscoop). Daarmee is er een fundamenteel andere redenering opgezet dan bij de Bieb++ die zich niet in onbelangrijke mate richtte op de regionale behoefte. Het geheel past binnen het beoogde bebouwingsprofiel volgens het structuurplan. Dus… garanties geef ik niet, maar ik denk dat dit wel goed komt.

      Ad. 2
      Het is inmiddels al een aardig tijdje zo dat je in eerste instantie alle argumenten die je mogelijkerwijs hebt op tafel moet gooien in een bestuursrechtprocedure. Je mag geen kaarten ‘achter de hand’ houden. Wat wel mag is nader expliciteren.

      Met een heel erg versimpeld voorbeeld roep je dan in je bezwaar: De gemeente heeft niet goed gekeken naar de mogelijke geluidsoverlast! En dan later werk je uit hoe blijkt dat de gemeente niet goed heeft gekeken.

      Maar wat niet is roepen: De gemeente heeft niet goed gekeken naar de mogelijke geluidsoverlast; en dan later met als ‘aanvulling’ komen: de gemeente heeft wel goed gekeken, maar we zijn het niet eens met de soort berekening die gemeente heeft gemaakt. Dan had je in eerste instantie al moeten roepen: De gemeente heeft een verkeerde soort berekening gemaakt.

      Dat klinkt heel flauw, maar dit is zoals de wetgever het besloten heeft. Het idee daarachter is dat het bezwaar/beroep meteen naar de kern van de zaak gaat. Dat zou efficiënter zijn, aldus de wetgever (= Regering + Staten Generaal GEZAMENLIJK, art. 81 Grondwet).

      Ad.3
      Je combineert nu zaken die elk op zichzelf wel eens heel goed waar kunnen zijn. Maar… de rechter (ongeacht bestuur/straf/privaat) kijkt alleen naar wat er op dat moment bij hem op tafel voor ligt.

      Wat er voorligt is een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning.

      Ik heb het niet uit de uitspraak kunnen halen, dus het is dan waarschijnlijk ook niet aangevoerd, maar zover ik het lees is er door geen enkele partij aangevoerd dat de Gemeente Utrecht (B&W + Raad) moedwillig bewust met verkeerde gegevens heeft gewerkt waardoor ze met een lichtere procedure kon volstaan (détournement de procédure).

      Wel kan ik de gevoelens van wantrouwen begrijpen. Het zou de Gemeente Utrecht ook sieren als ze hier wat meer openheid van zaken geven. Bijvoorbeeld door ook de modellen te laten zien waarbij de planvorming niet mogelijk was geweest. Hier bijvoorbeeld door een te hoog bezoekersaantal voor de bioscoop, en dat daarom het aantal zitplaatsen in de bioscoop is gemaximeerd om te voorkomen dat… enz. enz.

  3. onkl

    Dank, ThaFizzy, dit type uitspraken duiden is een prestatie te noemen.

    Het valt mij wel op dat er een probleem bestaat bij het implementeren van de NSL. Dit uit zich hier in de lastige positie van de SSLU. Vanuit de optiek “Dit soort procedeer-clubjes moeten we een beetje afremmen” is dit bepaald positief. Het leidt wel tot de vraag hoe we om moeten gaan met de eisen uit het NSL.

    Beleidsmatig is luchtkwaliteit een complex probleem, omdat er oplossingen lijken te bestaan op diverse niveau’s. In grote lijnen vier:
    -Zorg dat er minder activiteit is die bezoekers trekt: Alleen de SSLU lijkt hier de pret van in te zien.
    -Zorg dat die bezoekers minder vaak per auto komen: De roemruchte modal shift.
    -Zorg dat die auto’s leiden tot minder verontreiniging: Milieuzone’s, schone bussen etc.
    -Zorg dat de verontreiniging zoveel mogelijk gelijkelijk verdeeld wordt: Circulatieplannen en andere verkeerskundige trucjes.

    Het beleidsmatig complexe van luchtkwaliteit zit erin dat deze oplossingen deels complementair (en/en) aan elkaar zijn en deels substituerend (of/of). Daardoor is de NSL doelstelling niet netjes in delen te hakken, waarmee er een helder toetskader bestaat per niveau.

    Concreet voor Utrecht: Met alleen verkeerskundige/ circulatieplannen komen we er niet: Die leiden maar zeer beperkt tot afname in de totale automobiliteit en vooral tot verschuivingen van de ene naar de andere route.
    Voor een goede aanpak zullen er dus ook afspraken moeten worden gemaakt met private partijen, zoals Bijenkorf, Wolff, Jaarbeurs, HC etc. om te zorgen dat bezoekers relatief vaker per OV komen. (Combikaartjes, boodschappen nabezorgen, korting op vertoon treinkaartjes, you name it.)

    Omdat convenanten duidelijk niet werken bij dit onderwerp (convenanten die directe kosten creëren bij de private partijen werken nooit op lager dan sectorniveau) moet de gemeente dus dwingende eisen kunnen stellen. De logische plaats daarvoor is de omgevingsvergunning.

    Doordat nu per privaat initiatief wordt gekeken of er nog voldoende ruimte is voor dat individuele plan én de gemeente daarbij verplicht lijkt (Zie Bijenkorf) om generieke modellen te gebruiken, waarin weinig ruimte bestaat om de voordelen van modal shift in te calculeren, ontstaat er nu een vreemd soort race waarbij iedere initiatiefnemer zijn/haar plan zo snel mogelijk goedgekeurd wil zien, zodat die bewegingen onderdeel van de VRU worden voordat de stad modelmatig vol is. Tegelijk is er weinig behoefte om kosten te maken voor modal shift: De ondernemer wint er niets mee en de gemeente wil (of kan?) het niet afdwingen. Hier uit zich de bovenstaande complexiteit: De gemeente kán haar doelen ook op een andere manier halen (of/of logica), dus wordt de meerwaarde van de en/en logica niet goed uitgenut.

    In deze context is de frustratie van de SSLU begrijpelijk: Wanneer de gemeente zich heeft verplicht tot implementatie van het NSL, maar één van de belangrijkste aspecten daarvan niet of nauwelijks implementeert wil je aan een rechter vragen dit te toetsen. Daar zijn rechters voor, tenslotte.

    Dit neemt overigens niet weg dat de toonzetting van het SSLU soms niet heel zinnig kan worden genoemd. Jammer, want luchtkwaliteit is (imho) een te belangrijk onderwerp om over te laten aan een verzuurd groepje en een gemeente die zwaar onder druk staat van private partijen.

    @ThaFizzy: Zie jij, met de kennis die je duidelijk hebt over dit dossier, mogelijke aanknopingspunten voor de gemeente om binnen omgevingsvergunningen meer dwingende/taakstellende afspraken over modal shift te maken met partijen als Wolff, of is er wetgeving die dat blokkeert?

    1. Auteur
      HB

      Enigszins OT. Nu je over toonzetting begint. SSLU (lees: Van Oosten) zit zichzelf in de weg. Hij maakt geen keuzes. De argumentatie (bijvoorbeeld richting Europees Hof) is zo omvangrijk (cut&paste uit alle denkbare documenten van de afgelopen jaren), dat geen levende ziel daar nog bereid is chocola van te maken. Ga je met een steekhoudende eis naar een duidelijke partij, kan een rechter je zomaar gelijk geven: Urgenda vwb CO2-emissie/energiedoelstellingen van dit kabinet.

      1. Marco Knol

        Ik ben het eens dat van Oosten zichzelf in de weg lijkt te zitten. Anderzijds is het beleid er volgens mij ook alleen maar op gericht om streefwaarden te behalen. Europese normen kennen een maximale verontreiniging ter plekke. Dus wat doet de gemeente (onder andere); die verplaatst verkeersstromen opdat op lokatie X de norm gehaald wordt (lees: de vervuiling verminderd). Dat daardoor op lokaties A, B en C de vervuiling stijgt is juridisch niet relevant zolang die onder de norm blijft. Dat de totale vervuiling toeneemt is ook niet relevant want het blijft onder de normen. De overheid komt er zodoende mee weg. En let wel; er is voor luchtverontreiniging geen veilige waarde vastgesteld. Dus hoe minder hoe beter; sowieso.

        Wat mij bovendien (als HRM’er) irriteert; zou ik als werkgever zo’n soort redenering ophangen waar het gaat om mijn zorgplicht voor een goede en gezonde werkplek (ex. 7:658 BW) dan hang ik. Maar misschien moet Kees van Oosten eens een werkgever in de omgeving zo gek zien te krijgen om op die grond mee te procederen. 😉

    2. ThaFizzy

      @onkl

      Het is belangrijk om de redenering rondom de luchtkwaliteit even heel erg strak te houden.

      Die begint met de EU-richtlijn over luchtkwaliteit. Daarmee zijn alle landen van EU verplicht om hun wetgeving aan te passen zodat het eindresultaat van de richtlijn wordt gehaald. Het gaat dan dus om de grenswaardes in de richtlijn. Maar de richtlijn gaat verder. Er zijn ook streefwaardes. Dat zou het beste zijn. Grenswaardes halen moet, streefwaardes halen is extra winst.

      In Nederland hebben we formeel aan die verplichting voldaan door de grenswaardes qua luchtkwaliteitseisen uit die richtlijn ook als norm te stellen. Maar… Nederland voldoet op tal van plaatsen nog niet aan die norm.

      En dus maakt Nederland, net als sommige andere landen, gebruik van een uitzondering op die richtlijn. Die uitzondering zegt dat er lokaal wel een overschrijding mag zijn van de normen, zolang er maar een programma is met maatregelen die er voor zorgen dat deze negatieve gevolgen beperkt blijven tot dat gebied en uiteindelijk alsnog gereduceerd worden de grenswaarde.

      Dat programma is het NSL. Dat is dus geen keuze, daar moet je in mee zodra je in de planvorming over grenswaardes heen gaat. En in Nederland zien we dat vooral als Europese bemoeizucht (terwijl onze Tweede en Eerste Kamer hebben ingestemd met de richtlijn). En dus zijn we vooral op zoek naar wat ‘nog net wel mag’. En we kijken niet naar ‘wat zou de meest duurzame oplossing zijn’. En daarom worden de doelstellingen van het NSL nog niet gehaald, voldoet Nederland nog steeds niet aan de normen, en willen we (Nederland) nog meer uitstel van de EU om te voldoen aan de normen.

      Wat SSLU vaak roept is dat het NSL niet voldoet t.o.v. de richtlijn. En dat klopt ook. Het NSL is er juist voor die situaties die niet voldoen aan de richtlijn. Als het voldoet aan de richtlijn, dan is het van ‘niet in betekende mate’. En dan heb je met het hele NSL niks te maken.

      Nu zou je de gemeente / de Staat der Nederlanden wellicht kunnen dagen bij het Europees Hof van Justitie. Want men doet niet wat de richtlijn voorschrijft. En om een EU-Hof procedure wegens onjuist implementeren te kunnen voeren zul je schade moeten hebben geleden als gevolg van het onjuist implementeren van de richtlijn. Kortom: je zult aantoonbaar ziek moeten zijn geworden door de slechte luchtkwaliteit. Succes, het lijkt me een hele opgave.

      Juridisch: kun je modal shift afdwingen? In casu: nee.

      Dat is lekker kort. In Nederland kenmerkt het ruimtelijke ordeningsbeleid zich door het limitatief imperatief stelsel. En de korte samenvatting (juridisch) van dat beleid is: als het omgevingsbeleid de activiteit niet verbiedt, dan is het toegestaan. Maar dat is juridisch niet te handhaven, dus is dat in de wettelijke vorm omgedraaid tot: Niets mag, behalve wat wel is toegestaan in het bestemmingsplan. En in het bestemmingsplan mag alleen worden toegestaan wat in de structuurvisie wordt goedgevonden. En in de gemeentelijke structuurvisie mag alleen worden toegestaan wat in de provinciale structuurvisie wordt toegestaan.

      –> Zijsprong
      In de Omgevingswet wordt dit omgedraaid – en dat gaat volgens mij tot een complete chaos leiden, of dubbele verbodsbepalingen op lager niveau, dus alsnog meer wetgeving terwijl de doelstelling van de Omgevingswet nou juist was: minder wetgeving… Hopelijk steekt de Eerste Kamer hier nog een stokje voor! OV wilt bereiken bijvoorbeeld, dan heeft het geen zin als er in de provinciale structuurvisie staat: ‘Via brede provinciale wegen worden de kernwinkelgebieden van de grote steden voor het autoverkeer ontsloten.’

      Als je namelijk zoiets in een provinciaale structuurvisie hebt staan, dan is het logische gevolg dat een gemeente (met de LIS-gedachte) daar dus op voortbouwt met in haar structuurvisie: ‘Via brede invalswegen wordt het wegverkeer op een snelle wijze naar de kernwinkelgebieden geleid.’

      En dan kun je als gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan Kernwinkelgebied moeilijk stellen dat de gemeente géén parkeervoorzieningen vereist / aanlegt in de plannen, vanwege een modal shift. Er hoeft dan maar een iemand met LIS aan te komen, en je bestemmingsplan is van tafel (bij de Raad van State.

      Dat is dus de huidige situatie. En dat zal ook wel zo blijven, want reken er maar niet op dat je op provinciaal niveau erdoor krijgt dat er minder wegverkeer moet komen. Laat staan dat je een gemeenteraad gek genoeg krijgt om in te stemmen met een geheel autoluwe gemeente (bijvoorbeeld).

      In de toekomst, met de Omgevingswet, zou dat wel makkelijker kunnen.

      Een gemeente kan dan een omgevingsvisie maken met omgevingswaarden.

      Omgevingswaarden kunnen vanalles zijn. Zo kan een lommerrijke gemeente bijvoorbeeld als omgevingswaarde in haar omgevingsvisie vaststellen dat er per 10 m2 onbebouwde oppervlakte er tenminste 1 boom moet staan.

      Maar zo kun je bijvoorbeeld ook een gebied vaststellen met als waarde ‘modal-shift’ – waarbij er geen parkeergelegenheid op redelijke loopafstand (100 – 150 m) wordt aangeboden, alleen busbanen en waarbij initiatiefnemers zelf moeten zorgen voor een gratis overdekte en beveiligde fietsenstalling (met oplaadpunt voor de accu).

Laat een reactie achter op Imar de Vries Reactie annuleren