Welstandscommissie blijft negatief over nieuwbouw HC

In Nieuws door HB8 Reacties

Midden in de zomer, en wel op 17 juli, hebben de Welstandscommissie en de architecten van Corio opnieuw de degens gekruist. Ook in juni was er al een geruchtmakende bijeenkomst omdat er – na talloze eerdere presentaties voor de commissie in de afgelopen jaren – alsnog een negatief advies uitrolde wat hier en daar de wenkbrauwen deed fronsen en de politiek niet onberoerd liet. Het lijkt erop dat het er niet beter op is geworden. Na de klik een integrale quote uit de notulen van 17 juli. Om dit goed te begrijpen, pak de notulen van 5 juni erbij. Hier een link naar een eerder artikel met analyses en context.

D1 Hoog-Catharijne 12-04454 (Ont) Aanvraag omgevingsvergunning voor het vergroten van het winkelcentrum en het bouwen
van een poortgebouw over toekomstige Catharijnesingel
Aanvraag: Corio Vastgoed Ontwikkeling
Ontwerp : Altoon + Porter Architects / Van den Oever Zaaijer & Partners
(Zie notulen 12/02, 09/09 en 02/12 2008, 19/01 en 07/12 2010, 10/05 2011, 10/04 en 05/06 2012)

Architect Zaaijer licht de planaanpassing toe. De gevels van het Clarenburggebouw hebben een robuuster uitstraling gekregen door meer massa in de bovenbouw; glaspartijen zijn verkleind of vervallen en penanten verzwaard. Verschillen in de architectonische motieven aan weerszijden van de passage en de loopbrug zijn verduidelijkt. Tinten van de buitenbestrating zijn overgenomen in de passage, maar deze bestrating is gematerialiseerd in klinkerformaat graniet, in een grijze kleurstelling met zwarte en rode accenten. Deze ‘rode loper’ gaat over in een randmotief in de Stadskamer, met daarbinnen een tapijt van geruwd hardsteen, in wisselend formaat. Plaats en ontwerp van de drie openingen in de vloer van de Stadskamer, uitgevoerd als verhoogd glasplateau met een transparante constructie, ten behoeve van het contact met de singel, zijn ten opzichte van de vorige planbehandeling niet gewijzigd. Zoals eerder besproken, wordt de huid van het Poortgebouw tot op het maaiveld doorgetrokken. Deze bestaat uit een weefsel van aluminium en glas in verschillende tinten en dichtheden. Ter hoogte van de winkels op het maaiveld is een snede in de gevel gemaakt, die na winkelsluitingstijd wordt gesloten met panelen met hetzelfde grid als de huid. Aan de zijde van de onderdoorgang onder het Bruggebouw is de huid van het Poortgebouw meer transparant gemaakt en zijn openbare functies voorzien om de levendigheid te stimuleren. Het akoestisch plafond van de onderdoorgang is losgemaakt van de gevels, waardoor de zelfstandigheid van de gebouwen beter tot haar recht komt. In tegenstelling tot de Stadskamer wordt het Bruggebouw niet voorzien van luifels als bovenbeëindiging van de gevels.

Reactie van de commissie
Zoals eerder in de verslaglegging geformuleerd is de Catharijneknoop een zeer belangrijke ontwikkeling op een zeer prominente plek in de stad. Hiervoor is een complex stedenbouwkundig schema ontworpen en het succes daarvan is afhankelijk van de mate waarin de architectonische uitwerking de stedenbouwkundige ambities waarmaakt. Belangrijke stedenbouwkundige uitgangspunten, zoals vastgelegd in het Masterplan Stationsgebied, voor dit gebied zijn:
– het terugbrengen van de Catharijnesingel en de beleving daarvan;
– het versterken van de samenhang tussen de oude binnenstad en het nieuwe winkelcentrum, waarbij de nieuwbouw aan de oostkant bestaat uit zelfstandige bouwblokken met een binnenstedelijk karakter.

Conform de stedenbouwkundige uitgangspunten moet er sprake zijn van een contrast van gebouwen onderling, maar ook van een contrast tussen de bebouwing aan oost- en westzijde van de Catharijnesingel; het streven is hierin verschillende sferen te bereiken: aan de westkant modern, aan de oostkant binnenstedelijk.
De diverse planbesprekingen hebben geleid tot stapsgewijze aanpassingen op detailniveau. De vraag is wederom of nu het gewenste ambitieniveau voor deze prominente locatie is bereikt en de aanvraag omgevingsvergunning voldoet aan redelijke eisen van welstand. Gezien het reeds doorlopen traject gaan bij deze planbehandeling de commissieleden in op onderdelen binnen de complexe aanvraag.

Clarenburghoek. De commissie heeft oog voor de ontwerpkwaliteit van het Clarenburggebouw. In meerderheid vinden commissieleden dit gebouw hier echter niet passend. Het onderscheidt zich weliswaar voldoende van zijn omgeving om zich als zelfstandig blok te kunnen presenteren, maar door zijn schaal en abstracte verschijningsvorm ontbreekt het aan het gewenste binnenstedelijke karakter, dat zich kenmerkend uit in een gevel die duidelijk op het maaiveld staat, een duidelijke opbouw in plint, middenbouw en beëindiging heeft, een indeling bezit met open-dichtverhoudingen waarbij duidelijk sprake is van een gevel die dominant is ten opzichte van de gaten, verticaal is georiënteerd en er sprake is van een verfijnde schaalverkleinende architectuur. Ook in zijn materialisatie is dit gebouw meer verwant met de bebouwing aan de westzijde van de Catharijnesingel dan met de binnenstedelijke bebouwing. De toepassing van ventilatieroosters in het belangrijke gevelvlak aan Clarenburgzijde wordt niet begrepen en er rijzen vragen over de wijze van reclamevoering.
De zelfstandigheid van het Clarenburg-gebouw in de steeg tussen Entreegebouw en Clarenburg-gebouw is niet overtuigend; in maatvoering en detaillering sluiten de gevelopeningen niet aan bij de gewenste binnenstedelijke karakteristieken. Met het begrip ‘zelfstandig’ doelt de commissie op: los van elkaar te ervaren, gescheiden door de openbare ruimte.

Steeg tussen Entreegebouw en Clarenburg-gebouw. Klimatologisch is de steeg aan te merken als binnenruimte, maar functioneel gezien is het een overdekte openbare straat en begrijpt de commissie de keuze voor de granieten bestrating niet. Het ligt voor de hand de bestrating uit de openbare ruimte in de steeg door te trekken, hetgeen de leesbaarheid van de diverse gebouwen versus de openbare ruimte ten goede zou komen.

Stadskamer. Als transparante verkeersruimte moet de Stadskamer kunnen worden ervaren als tussenlid. De luifels doen daar afbreuk aan; deze maken de Stadskamer te veel tot een zelfstandig gebouw. Het motief van een ‘tapijt’ in de Stadskamer, waarin toegepaste materialen en kleuren zijn vervlochten, is denkbaar mits ook hier de stadsbestrating zoals die overal in de openbare ruimte wordt toegepast de omlijsting van het ‘tapijt’ vormt.

Catharijnesingel. De keuze om vrijwel identieke kijkgaten naar het water te positioneren aan de oost- en westzijde van de Stadskamer vindt de commissie niet overtuigend. Deze kijkgaten lijken hier meer een rol te hebben in het scheiden en sturen van bezoekersstromen dan dat zij aangename verblijfsplekken zullen vormen waarbij de aandacht daadwerkelijk getrokken wordt door de singel. De mening van de architect ten aanzien van het beoogde effect van de natuurlijke lichtinval onder het dek boven de Catharijnesingel wordt niet gedeeld. De commissie verwacht dat deze openingen (zonder veel additionele kunstverlichting) zicht zullen geven op een ‘donker vlak’.

Poortgebouw. Het Poortgebouw moet fungeren als intermediair. Het effect van de kleurrijke vliesgevel is afhankelijk van de uniciteit en van een zeer zorgvuldige detaillering en kleurstelling. De beoogde ranke uitstraling van het Poortgebouw mag niet worden ontsierd door toevoegingen, zoals wasinstallaties. Door dit gebouw tot in ieder detail zorgvuldig uit te werken en er een ‘helder’ gebouw van te maken moet het bijdragen aan de helderheid van de overige gebouwen. De uitwerking van de entrees op maaiveldniveau en de beleving daarvan werken niet verhelderend bij het vinden van de routes door het gebouw naar het station. Zo onderscheiden de belangrijke toegangen naar de roltrappen zich nauwelijks van de openingen naar de winkels.

Bruggebouw. Een van de bebouwing losgemaakt verlaagd plafond onder het Bruggebouw in de onderdoorgang is een visuele verbetering, maar lost niet de belofte in dat er tussen het Poortgebouw en westelijk Hoog-Catharijne sprake is van een lichte en transparante verbindende bebouwing. De commissie ervaart het resultaat eerder als een met aandacht uitgevoerde tunnel onder een massief gebouw dan een straat waarboven verbindingen tussen twee gebouwen worden gerealiseerd. Zij deelt de mening van de architect dat voorkomen moet worden dat de ruimte onder het Bruggebouw als onaangename ruimte wordt ervaren, maar is van mening dat de massieve wijze van overbouwen hiervoor zeer ongunstige condities schept die vooralsnog onvoldoende met architectonische middelen te maskeren lijken. Er wordt betwijfeld of de veelheid aan en het type van ingezette middelen juist visueel niet leiden tot ‘een prominent aanwezig gebouw’ in plaats van een tussenlid.

Conclusie
De commissie adviseert het College over de vraag of de architectonische vertaling de stedenbouwkundige ambities voldoende benadert en voldoet aan de vastgestelde stedenbouwkundige uitgangspunten. Tevens wordt de ervaarbaarheid van de terug te brengen Catharijnesingel voor advies aan de commissie voorgelegd.
Aan de ingediende aanvraag omgevingsvergunning is een uitvoerig traject van collegiaal overleg voorafgegaan maar ook zijn er binnen de termijnen van de aanvraag omgevingsvergunning wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van de planbehandelingen in de commissie. De vraag ligt voor of met de doorgevoerde wijzigingen de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand. De commissie komt tot de conclusie dat het plan in totaliteit nog niet voldoet:
– Het Clarenburg-gebouw presenteert zich aan de pleinzijde als zelfstandig gebouw, maar beantwoordt niet aan het vereiste binnenstedelijke karakter (zowel plein- als steegzijde), maat en schaal passen niet in de structuur van de historische binnenstad (o.a. in open/dichtverhoudingen) en bijgevolg contrasteert dit gebouw ook onvoldoende met de moderne bebouwing aan de westzijde van de Catharijnesingel. In de steeg toont dit gebouw zich nog onvoldoende als zelfstandig gebouw.
– De steeg tussen het Clarenburg-gebouw en het Entreegebouw vormt een complex samenspel van gevelwanden, winkels en de functie als openbare ruimte. Om de stedenbouwkundige bedoelingen en het bijbehorende exterieure karakter ervaarbaar te maken, verdient het aanbeveling de bestrating van de openbare ruimte hierin op te nemen en minder de interieursfeer van een winkelcentrum na te streven.
– De Stadskamer toont zich onvoldoende als een aan de overige bebouwing ondergeschikte verbindingsruimte. De luifels geven dit deel een te zelfstandig karakter.
– Bij het Poortgebouw zijn de doorgaande routes richting station van groot belang. Deze komen echter onvoldoende tot uitdrukking in de gepresenteerde plannen. Benadrukt wordt dat de uitwerking van de vliesgevel cruciaal is voor het welslagen van het gebouw, wat betreft de architectuur maar ook zijn rol in de complexe omgeving.
– De commissie vindt de wijze waarop er vanuit het Poortgebouw via de met glas bedekte gaten contact wordt gelegd met de Catharijnesingel en de plaatsen waar dat gebeurt niet overtuigend.
– De onderdoorgang onder het Bruggebouw wordt ervaren als tunnel en niet als straat waarboven zich op transparante wijze de connectie tussen bestaand Hoog Catharijne en Poortgebouw bevindt. Ook hier maakt de architectuur de functie van tussenlid nog niet waar.

Het betreft een complex gebied met een complexe aanvraag. Helaas moet de commissie wederom constateren dat de architecten er niet in zijn geslaagd voldoende duidelijkheid in de architectonische vertaling van die complexiteit door te voeren. Het karakter van een winkelcentrum blijft zich dominant manifesteren in het plan en het ontwerp is er niet in geslaagd om de beoogde stedenbouwkundige situatie van zelfstandige gebouwen met een binnenstedelijk karakter en bijbehorende openbare ruimte, voldoende ervaarbaar te maken.
De commissie adviseert negatief over de aanvraag.

Het lijkt wel een plaat die blijft hangen. We kunnen veilig concluderen dat Corio, Altoon + Porter Architects en Van den Oever Zaaijer & Partners niet verder wensen te bewegen en dat een deel van doelstellingen uit het Masterplan Stationsgebied hiermee, naar de beoordeling van de Welstandscommissie, niet gehaald gaat worden. Of het Stedenbouwkundig Atelier deze mening deelt weten we (nog) niet, evenmin of dit onderwerp nog vaker op de agenda zal worden gezet.

Reacties

  1. Johan

    Laten we hopen dat ze eindelijk het licht zien bij Corio (letterlijk in dit geval) en we gewoon een mooie open singel krijgen…

  2. Remco

    Het zou schandalig zijn en van brutale lef zijn als de gemeente het advies van de commissie naast zich neer legt na zo’n lang overleg en weinig beweging van de aanvrager..

  3. onkl

    Formeel kan Corio in deze fase haar poot niet wel of niet stijf houden.

    Corio heeft een omgevingsvergunning aangevraagd aan de gemeente. De beslissing die wel of niet te verlenen is aan B&W.
    B&W is in dit soort gevallen verplicht advies te vragen aan de welstandscommissie. Dat heeft welstand hiermee gegeven. De beslissing een vergunning te verlenen is aan B&W, waarna het danwel Corio, danwel derden vrij staat daartegen in bezwaar te gaan.

    In praktijk is het gebruikelijk (maar niet verplicht) om bij een negatief advies van welstand het plan aan te passen voordat B&W een beslissing neemt. De keuze die Corio dus heeft is of opnieuw proberen welstand gelukkig te krijgen, of het advies negeren en de aanvraag door te zetten.

    1. Auteur
      HB

      De steeg tussen V&D en entreegebouw en de uitwerking van gebouw Clarenburg zijn oplosbaar. Op het onderdeel ‘tunnel’ onder het bruggebouw en de manier waarop de stadskamer is ontworpen in relatie tot beleving van de singel, zullen de partijen nooit tot elkaar komen, tenzij er structureel andere oplossingen worden gekozen. De kans daarop in deze fase is bijzonder gering. Dus vul maar in wat er nu gebeurt.

  4. onkl

    Strikt formeel is het vrij simpel: De gemeente kan de vergunningen weigeren, waarna Corio en de gemeente dit voor de rechter uitvechten.

    Inhoudelijk? Misschien twee smalle loopbruggen van een meter of 15 breed, met aan de zijkanten alleen vitrines om de twee “Golden miles” over de Cathrijnesingel te brengen. En om Corio hierin mee te krijgen / hun nadelen te compenseren doet de gemeente wat toezeggingen waarvan wij ons over een jaar of drie gaan afvragen wie dat ooit bedacht heeft. (Zie dossier Rabobrug).
    Als dat soort loopbruggen een beetje netjes worden afgewerkt (Denk aan de netkous tramviaducten in Den Haag, bijvoorbeeld), lijkt me dat een prima oplossing voor dat gebied.

  5. Gerben

    Ik denk eerder aan 2 ” Rialto-achtige bruggen ” met aan weerszijde winkeltjes, desnoods binnen de “cityroom ” om van de grote plaat af te komen, die nu boven de buitengracht is gepland.

Laat een reactie achter op Anne Reactie annuleren